Image is not available
Image is not available
Image is not available
Slider

...zodat kinderen zo thuis mogelijk kunnen opgroeien in een gezin

opiniestuk website2

In de politiek en in plannen is veel aandacht voor preventie en specialistische vormen van jeugdhulp. Dit zijn belangrijke aspecten van jeugdhulp waarvoor voldoende aandacht, geld en middelen beschikbaar moeten zijn. Maar structurele aandacht voor gezinnen die passende en goede hulp kunnen bieden aan kinderen, is minstens zo belangrijk.

De transitie van jeugdhulp die in 2015 begon, had als doel om ‘zo thuis mogelijk’ jeugdhulp te bieden. Bij voorkeur in het eigen gezin en in een vervangend gezin als een kind voor korte of langere tijd niet meer bij zijn eigen ouders kan wonen. Dat laatste is in ruim 10% van de jeugdhulptrajecten het geval: jaarlijks gaat dit over bijna 43.000 kinderen. Dit vraagt om zorgvuldige keuzes. Voor een deel van deze kinderen is zorg in een instelling passend. Door complexe problematiek of andere factoren is een vervangend gezin niet passend. Maar veel kinderen zijn beter af in een gezin. Gezinnen kunnen allerlei vormen van hulp bieden, van licht tot zwaar. Steun- en buurtgezinnen kunnen ouders ontlasten als dat nodig is. Als het thuis niet meer gaat, kan een kind in een pleeggezin wonen. En als daarbij een meer professionele vorm van opvoederschap nodig is, kunnen gezinshuisouders een thuis bieden. Daarbij moeten de juiste plek voor ieder kind het uitgangspunt zijn, niet de kosten die daaraan verbonden zijn.

Plaatsingen in een gezinsvorm daalt

De voorkeur om een kind ‘zo thuis mogelijk’ op te laten groeien in een gezin, is uitdrukkelijk vastgelegd in de Jeugdwet. Desondanks is het aantal kinderen dat opgroeit in een vervangend gezin als ze niet meer thuis kunnen wonen, nauwelijks toegenomen in de afgelopen jaren. Uit cijfers van het CBS blijkt dat het aantal pleegzorgtrajecten daalde van 23.415 in 2017 naar 22.015 in 2018. Het aantal jeugdhulptrajecten in gezinsgerichte opvang steeg van 5.550 naar 6.300, waardoor het aantal plaatsingen in een gezinsvorm per saldo daalt. Sinds 2015, het jaar van de transitie, is het aandeel van gezinsvormen in de jeugdhulp met verblijf gedaald van 56% naar 54% in 2018.

Alleen een gezin is niet genoeg

Aandacht voor de positie van gezinsvormen in het jeugdhulpstelsel is hard nodig, want hiervoor is structureel onvoldoende aandacht. Om kwetsbare kinderen die niet thuis kunnen wonen op te vangen in gezinnen, zijn hervormingen, innovaties en bewustwording van de benodigde randvoorwaarden nodig. Alleen een gezin is niet genoeg, zoals soms wordt gedacht door gemeenten. In de meeste gevallen is gespecialiseerde aanvullende hulp nodig, zoals traumabehandeling. Die hulp moet snel en laagdrempelig beschikbaar zijn. Het mag niet zo zijn dat dit maanden duurt door wachtlijsten of omdat de gemeente maar één zorgvorm - bijvoorbeeld pleegzorg - tegelijk toestaat.

Deze aanvullende hulp is nodig omdat de complexiteit van de problematiek van kinderen in de jeugdhulp toeneemt. Dit zorgt ervoor dat pleeggezinnen, maar ook gezinshuisouders, behoefte hebben aan goede ondersteuning van hulpverleners. Zo kunnen zij zich focussen op de zorg voor het kind en hoeven ze zich niet bezig te houden met allerlei randzaken. Ook moeten professionals en gemeenten beter leren omgaan met de vrijwillige zorg die gezinnen bieden.

Behoud pleeg- en gezinshuisouders

Daarnaast moeten gezinnen voldoende zijn toegerust om de zorg op zich te nemen, die soms best zwaar kan zijn. Toerusting helpt om het stuklopen van een plaatsing te voorkomen. Voortijdig afgebroken plaatsingen hebben als gevolg dat kinderen keer op keer moeten verhuizen tussen gezinnen en instellingen, iets wat onweerlegbaar schadelijk is voor hun ontwikkeling. Daarnaast haken pleeg- en gezinsouders door dit soort ervaringen af, terwijl er een schrijnend tekort aan gezinnen is waar kinderen kunnen worden opgevangen. Het behouden van pleeg- en gezinshuisouders is belangrijk: er zijn al jaren onvoldoende pleeggezinnen en de toename van het aantal gezinshuizen is onvoldoende om alle kinderen een plek te bieden. Daarvoor zijn volgens experts zo’n 3.000 extra gezinshuizen nodig. Ter vergelijking: er zijn nu in totaal 937 gezinshuizen.

Innovatie van gezinsvormen

Om kinderen in een gezin te laten opgroeien, zijn hervormingen nodig. Bijvoorbeeld de omvorming van hulp in instellingen naar kleinschalige gezinsgerichte opvang. Een bijdrage daaraan kan worden geleverd door professionals om te scholen, zodat zij hulp kunnen bieden in deze vormen van opvang. De instellingen waarin zij werken, kunnen omgevormd worden naar meer gezinsgerichte varianten. Ook is innovatie van gezinsvormen nodig. Die innovaties worden op dit moment bemoeilijkt door geldgebrek. Het is te hopen dat de roep om meer geld beschikbaar te stellen voor jeugdhulp ingewilligd wordt door minister De Jonge en dat een deel van deze gelden in innovatieve zorgvormen in gezinnen kunnen worden gestoken.

Bewustwording

Maar het belangrijkste is bewustwording: dat jeugdhulp in gezinsvormen meer vraagt dan een gezin alleen. Daarom moeten we gezamenlijk op zoek moeten gaan naar de juiste vormen en daarbij de juiste randvoorwaarden scheppen voor gezinnen. Alleen dan kunnen kinderen die niet meer thuis wonen een fijne plek krijgen in een gezinsvorm waar zij ‘zo thuis mogelijk’ kunnen opgroeien.

Marian Oosterbroek

Voorzitter Alliantie Kind in Gezin
Waarnemend bestuurder Jarabee